Terwijl ik naast hem zat, bedacht ik me dat ik de moeder van deze negentienjarige jongeman – slechts enkele jaren ouder dan mijn oudste zoon – kon zijn. Skinny jeans, een kapsel met een strakke scheiding en Nikes aan zijn voeten. Precies de kleding, het kapsel en schoenen volgens de mode van nu waar mijn beide zoons ook zo van houden. Naast mijn gewone werk, doe ik vrijwilligerswerk. Dat is sowieso koffie schenken in de voetbalkantine van Swift. Maar sinds kort heb ik er een nieuwe vrijwilligersbaan bij, dat is het coachen van jongeren tussen de 18 en 27 jaar die op zoek zijn naar werk of een passende schoolopleiding.

De jongere die ik coach had al twee keer een afspraak – weliswaar met een goede reden – afgezegd en de moed zakte al een beetje in mijn schoenen. Ik was dan ook best verrast toen hij bij de derde poging gewoon op tijd in de Coffee Company verscheen. Vanaf het eerste moment was ik onder de indruk van deze jongen, wat leefde hij in het ‘nu’ en wat verlangde hij naar een goede toekomst. Hij twijfelde of hij rechten wilde gaan studeren of economie. Ik besloot hem niet naar zijn achtergrond te vragen, dat had hij vast al aan veel mensen moeten uitleggen.

Hij moest lachen om mijn grapjes – er was een goede klik –  en de keer daarna spraken we af in de bibliotheek om aan zijn  curriculum vitae te werken. Samen creëerden we zijn eerste cv, van een blanco blaadje tot een volwaardig document. We hadden een mooi gesprek en hij vertelde dat hij het zo jammer vond, dat het zo moeilijk was om in contact te komen met Nederlanders. ‘Ik denk dat Nederlanders bang zijn voor vluchtelingen omdat het er zoveel zijn, wat denk jij?’, zei hij. Ik voelde een steek in mijn hart door zijn woorden en zei lafhartig: ‘Maar merk je dat dan ook in Amsterdam?’ ‘Nee, maar de meeste van mijn buren komen ook uit verre landen’, zei hij. Ik wil zo graag met Nederlanders in contact komen om de taal beter te leren.

‘Misschien moet je een vriendin zoeken die heel goed Nederlands spreekt?’ zei ik tot mijn eigen schrik iets te spontaan. Kon ik zo’n vraag eigenlijk wel stellen? Mijn zoons zouden dat zeker niet waarderen. De Syrische vluchteling reageerde echter heel serieus en zei: ‘Ja maar hoe doe ik dat dan, ik kan toch moeilijk een meisje op straat aanspreken en vragen of ze mijn vriendin wil worden?’ Weer wist ik even niet wat ik moest zeggen. ‘Tinder’, ging er door me heen maar dat zei ik niet want ik wilde niet iets roepen waar ik zelf geen verstand van had.

Toen ik later naar huis fietste dacht ik: ‘Zo’n intelligente man – die de Nederlandse taal na twee jaar al zo goed spreekt en zo gemotiveerd is – heeft toch alles in zich om een mooie toekomst op te bouwen?’ Dat gaat vast goed komen.

Pin It on Pinterest