Als semi-sportief zou ik mezelf zo’n 18 jaar geleden hebben beschreven. Gymnastiek tijdens mijn jonge jaren bij Sparta in Ede was een regelrechte ramp en waarom ik op basketbal heb gezeten bij een lengte van 1.68 m is mij nog steeds een raadsel. Met een magere 7 voor gym kwam ik mijn schooljaren door.

En toen ontmoette ik in 1998 de Nijmegenaar. Mijn sportiviteitsgehalte onderging een langzame metamorfose. Waar ik me – in de tijd vòòr de Nijmegenaar – beperkte tot fietsen, wandelen, zwemmen en schaatsen, maak ik inmiddels wandelvakanties in de bergen, draai ik mijn hand niet om voor flinke fietstochten, ga ik 3 keer per week naar de sportschool en ben ik zo’n 4 uur per week in de weer met yoga.

De 2 zoons die er kwamen, zijn zó akelig sportief dat hun rapporten naast negens, zelfs tienen voor gym laten zien. Ik krijg er spontaan de slappe lach van maar stiekem ben ik natuurlijk heel trots op die jongens. Het betekent echter wel, dat vakanties altijd sportief ingezet moeten worden. En loop of fiets ik vredig als laatste in de rij bij onze fietstochten, wandelvakanties en andere sportieve uitjes.

Eén ding heb ik gelukkig altijd weten tegen te houden. Tot dit weekend. Wat was er met me aan de hand? Was ik week of er niet bij met mijn hoofd? De Nijmegenaar leidde zijn vraag donderdag vroeg om 06.45 uur al in, net toen ik de auto in wilde stappen, de files ontwijkend richting opdrachtgever. “Ik heb een leuk plan”, zei hij. “Zullen we deze zomer met zijn vieren de Nijmeegse Vierdaagse” lopen?

Dit weekend heb ik volmondig “JA” gezegd!

Pin It on Pinterest